Our Common Future 2.0 is gestart. Negentien subgroepen ontwikkelen visies op terreinen zoals afval, maatschappij, bestuur, voeding, sociale media, spiritualiteit en zorg. Ik koos ‘duurzaam’, me niet realiserend dat dit het lastigste thema heet te zijn. Vooral omdat het een brug slaat tussen de bijdragen van de andere groepen en dus een overkoepelend beeld moet schetsen van de maatschappij van morgen.
Mijn groepsgenoten hebben zeer verschillende achtergronden. Er is een student die de invloed van chemische stoffen bestudeert, een ander helpt bedrijven duurzamer te gaan werken, iemand verkoopt ledverlichting, er is een uitvoerder van windenergieprojecten, een expert duurzaam bouwen en zo zitten er meer mensen met nuttige achtergronden aan tafel. Onze gespreksleider vindt dat we het eerst over de definitie van ‘duurzaamheid’ moeten hebben. Dat geeft ons een richting bij alles wat we verder doen. Als schot voor de boeg, suggereert hij om de hele term ‘duurzaamheid’ maar overboord te gooien. Het is een uitgehold begrip, dat te pas en te onpas wordt gebruikt, vindt hij.
Daar is wat voor te zeggen. Aan de andere kant: het is wel een begrip dat bij de niet-ingewijde buitenwereld ongeveer het juiste gevoel oproept. Als ze moeten wennen aan een nieuw woord, zet ons dat misschien tien jaar terug in de tijd, vrees ik. En we moeten toch eigenlijk vooral aan de slag om de buitenwereld te overtuigen van de noodzaak om duurzamer (daar heb je het al) te gaan leven. ‘Ons soort mensen’ snapt de noodzaak wel, al is er naar handelen een ander verhaal, geven we toe. Er komen veel suggesties op tafel: smart economics als eerste. We kauwen er op en zijn verdeeld. De suggestie dat je duurzaamheid alleen voor elkaar krijgt als je dat vertaalt in economische voordelen wil er niet bij iedereen in.
Ik ben een van de aarzelenden. Is het niet dankzij de economische voordelen dat het aantrekkelijk is om garnalen in Nederland uit zee te vissen, rond de Middellandse Zee te pellen en hier op te eten? Zou je dat soort nonsens-transport kunnen beperken door de milieubelasting in de prijs door te berekenen? Moeten we niet naar een ander soort samenleving, waarbij iedere stad zo veel mogelijk zelfvoorzienend is? In grote lijnen: ons eten zelf verbouwen, energieneutraal bouwen en met een collectieve windturbine in de stroombehoefte voorzien? We denken verder en komen op etiketten zoals eco-economy, Mens, Economie en Ecologie en Duurzaam 2.0. De richting is helder en de knoop hakken we later wel door.
Gelukkig gaan we langs digitale weg ook aan de slag met andere zaken. Ik hoop dat we een stip aan de horizon gaan zetten: waar willen we over pakweg 25 jaar zijn en hoe komen we er? Over welke onderwerpen moeten we het eigenlijk hebben en misschien het belangrijkst: hoe zorgen we dat wat we verzinnen ook ergens toe leidt? We moeten straks iets hebben waarmee we lawaai kunnen maken, zeg ik initiatiefnemer Jan Jonker na.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten