maandag 10 oktober 2011

Mooi wandelrondje bij Zutphen

Er is zware regen voorspeld, maar zondagochtend 9 uur schijnt de zon. Tien over 9 aan de Berkel: het natte gras glimt als miljoenen diamanten. Kwart over 9 doemt een padbrede plas op. Links distels en rechts prikkeldraad. Een mountainbiker spettert er doorheen. Klodders blubber tot zijn neus en nu ook op mijn broek. 'Verderop wordt het beter', zegt hij. Twee koeien staan te tongen, een zwaan zwemt trots door het riviertje, een dikke wolk drijft over.



maandag 3 oktober 2011

Super!

Mooi bericht in regionaal dagblad de Stentor. In het knusse dorp Almen opent een supermarktje, decennia nadat de laatste dicht ging. Dat lukt doordat de winkel vooral op vrijwilligers gaat draaien. Ik vind het geweldig, er kunnen geen kleine supermarktjes genoeg zijn in deze wereld. Twee jaar geleden werd ik tijdens een vakantie in Brabant overvallen door diepzinnige gedachten over winkeltjes.

Ineens was 'ie daar: de Attent van Sterksel. Een zeer bescheiden bedrijfje, met ten overvloede de aanduiding 'dorpswinkel'. Het winkeltje is het gezamenlijk bezit van de dorpsbewoners, ontdek ik later. Veel meer plekken om iets te kopen zijn er niet in Sterksel. Misschien slaag je voor een tweedehands auto, maar dat is het dan wel. Helaas is de Attent dicht aan het begin van de avond. Ik kom morgen terug. Niet dat ik iets nodig heb, maar ik verzin wel iets.

Kleine kruideniers, daar moeten we zuinig op zijn. Ze zijn de persoonlijkheid van een dorp, de smeerolie van de gemeenschap, parels in het leven. Gelukkig zijn ze er nog: coöperatie St Jan in Leenderstrijp, de Sparretjes van Broek in Waterland, De Worp en Lettele, Buurtsuper Monique in Okkenbroek. Plekken waar je binnen stapt in een oase van rust, persoonlijke aandacht en behulpzaamheid. En waarschijnlijk ook plekken waar de eigenaren lange werkdagen maken. Zich het hoofd breken over krappe marges en vergrijzing, en met creatieve vondsten proberen de boel draaiende te houden: een servicepunt voor de bank of de gemeente, een boodschappenbezorgdienst, of de verhuur van barbecuepakketten, inclusief sauzen, stokbrood, apparaten en partytent.

Is de liefde voor buurtsupers ontstaan in mijn jeugd? In Wormer zat om de hoek de Sperwer van Harry Kemp, de oom van mijn buurjongen Olav, met wie ik wel eens speelde. Olav had iets onaangepasts, dat mijn ouders stoorde, maar mij wel aansprak. Hij vond het leuk een luidspreker in het raam te zetten en om te roepen: ‘u mag hier niet parkeren’, of ‘verder naar achteren alstublieft’. Dat vond ik leuk. Bij Olav maakte ik ook het eerst kennis met katholieken. Ik vond het fascinerend hoe snel ze ‘Wees gegroet Maria vol van genade. De Heer is met U. Gij zijt de gezegende onder de vrouwen. En gezegend is Jezus, de Vrucht van Uw schoot’ konden zeggen. Ik verstond er geen klap van, ik heb de tekst net even opgezocht.

Het leukste van de Sperwer was Jitske. Ze zat er achter de kassa en kon verbazend goed tassen inpakken. Heel efficiënt: er paste altijd erg veel in. Van haar leerde ik dat je tomaten, eieren en koekjes bovenop moet leggen. Bovendien voorkwam ze geregeld dat ik twee keer naar de winkel moest lopen. Als ik een half ons ham bestelde, vroeg ze of ze het briefje van mijn moeder even mocht zien. Ik las één half, waar mijn moeder anderhalf bedoelde. Toen ik een keer betaalde, vond ik het eindbedrag oprecht erg hoog, en dat zei ik. Daar moest Jitske om lachen. Daarom zei ik voortaan bij het afrekenen steeds 'wat duur'. Tot Jitske zei dat ze dat niet leuk vond. Dat maakte me een beetje verdrietig. Later won ze de toto, wist iedereen in het dorp. Maar ze bleef gewoon achter de kassa zitten. Ook toen Harry met schuim op z'n mond z'n huis werd uitgedragen. Het was de eerste bekende die ik op een brancard zag. Twee broeders schoven hem de ambulance in. Ik heb hem nooit teruggezien.

Kort daarna nam Arend Bloem de winkel over. Hij kon heel goed kanoën en was kampioen van de Zwetplassers. Misschien had hij daarom wel zo’n mooie auto: een Vauxhall Victor Estate. Met een mooi gebogen achterkant en hoekige koplampen. Dat hij kanode én kruidenier was, vond ik een beetje vreemd. De vader van Arend had een Enkabé aan het eind van de Dorpsstraat. Misschien werd onze Sperwer daarom ook wel een Enkabé. Arend trok een garagebox bij de winkel en dat was een enorme uitbreiding. Jitske bleef gelukkig. Arend deed ook aan spaarkaarten. Tegen Sinterklaas kreeg ik de volle kaarten van mijn moeder. Van het geld kocht ik cadeautjes in mijn functie van hulpsint.

Ik heb boodschappen verzonnen voor de Attent in Sterksel: een flesje wijn en een zak houtskool. Een beetje gespannen loop ik richting ingang. Gelukkig: die opent met de hand. Bij de Spar in Lettele hebben ze de sfeer een beetje verknald met een elektrische schuifdeur. Twee mensen, de baas en een medewerker, ontdek ik, staan bij de kassa. Ze groeten hartelijk. Natuurlijk. Er is een gangpad heen en een gangpad terug, zoals het hoort. En ze hebben gewoon alles. Nou ja, één merk pindakaas, in plaats van drie. Dat scheelt keuzestress. Houtskool kan ik niet vinden en dat is een goede aanleiding voor een goed gesprek met de uitbater. Natuurlijk heeft hij wel houtskool: die ligt in het magazijn. Ik mag zelfs kiezen tussen briketten en kooltjes. Echt héél attent.